

Er zijn vergunningeisen voor de opslag en het afleveren gesteld om ervoor te zorgen, dat de kwaliteit van het diergeneesmiddel, zoals deze door de fabrikant wordt gegarandeerd, ook in het distributiekanaal gewaarborgd blijft en bij de aflevering van het diergeneesmiddel geen gevaar voor de gezondheid van mens of dier of milieu kan ontstaan.
De vergunningeisen hebben betrekking op de inrichting en gebruik van de lokaliteit voor de opslag en/of afleveren van diergeneesmiddelen, de technische uitrusting en de wijze waarop de administratie is ingericht (art. 23 DGW).
Alvorens een vergunning wordt verleend of gewijzigd wordt een onderzoek ter plaatse verricht (inspectie). Dit behoeft niet plaats te vinden indien de wijzigingsaanvraag uitsluitend betrekking heeft op administratieve gegevens of de voorgenomen wijziging in dezelfde lokaliteiten plaatsvindt (art. 46 DGR).